Is een 18-jarige zoon partij bij afspraken over alimentatie tussen zijn ouders?

In een zaak die recent door ons kantoor werd behandeld speelde het volgende. Tussen de ouders is in de echtscheidingsprocedure (voorlopige voorzieningenprocedure) afgesproken dat vader EUR 500 per kind per maand dient te betalen voor drie kinderen. Twee van deze kinderen zijn minderjarig en een is jong meerderjarig (dat wil zeggen ouder dan 18 en jonger dan 21 jaar). Deze afspraak is voor de minderjarige kinderen vastgelegd door de rechtbank in de beschikking voorlopige voorzieningen. Voor de oudste zoon van partijen was dat niet mogelijk, omdat hij meerderjarig is en geen partij is in de echtscheidingsprocedure tussen zijn ouders. De vader heeft de zoon netjes iedere maand EUR 500 betaald op zijn bankrekening, totdat hij deze betaling ineens stop zette en EUR 0,01 overmaakte op de bankrekening van zijn zoon. Nadat de vader verzocht was om de volledige EUR 500 weer te betalen, liet de vader weten dat de oudste zoon van partijen het geld kon ophalen als ze samen een kop koffie samen konden drinken. Namens deze zoon is vervolgens een voorzieningenprocedure gestart tegen zijn vader (artikel 223 RV), waarin werd verzocht om de vader te veroordelen tot het (door)betalen aan hem van een bedrag ad EUR 500 per maand.

De rechtsvraag die aan de rechtbank voorlag is of de jong meerderjarige zoon partij was geworden bij de afspraken tussen zijn ouders, gemaakt in het kader van de echtscheidingsprocedure (voorlopige voorzieningenprocedure) tussen hen. De rechtbank oordeelt dat dat het geval is. Er is immers sprake van een derdenbeding. De bedoeling van de ouders was dat voor de drie kinderen eenzelfde (voorlopige) bijdrage zou worden betaald. De man is de overeenkomst een periode nagekomen. De betalingen zijn overgemaakt op de bankrekening van de oudste zoon van partijen en deze heeft de betalingen aangewend voor de kosten van levensonderhoud en studie. Daarmee is bij deze zoon het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hij op deze bijdragen van zijn vader kon blijven rekenen. De zoon van partijen heeft het derdenbeding aanvaard en is partij geworden bij de overeenkomst. Gesteld noch gebleken is dat de overeenkomst nadien werd ontbonden. Daarvoor ontbreekt ook iedere grondslag.

Contactpersoon

  • mr. A.M.L. (Marie-Louise) van As