Aansprakelijkheid beperken of uitsluiten

Ingevoerd op 18 oktober 2018

In veel rechtszaken wordt door één van de beide procespartijen een beroep gedaan op een zogeheten exoneratiebeding: een beding dat de aansprakelijkheid van een van beide partijen beperkt of uitsluit. Uit de rechtspraak is vooral af te leiden dat de formulering van een dergelijk beding zeer nauw luistert. Indien het goed is geformuleerd, kan het zomaar zo zijn dat een procespartij met succes een beroep doet. Het komt met regelmaat voor dat een dergelijk beding niet zorgvuldig is geredigeerd en de partij die zich erop beroept van een koude kermis thuiskomt.

Een mooi voorbeeld kan worden gevonden in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 februari 2016 en het hoger beroep tegen deze uitspraak het gerechtshof Den Haag van 21 november 2017, hierna kortweg: het Greencat-arrest. De al te technische details zal ik u besparen, maar beide uitspraken zijn voor de praktijk erg interessant. Het beding waarover partijen strijden komt in de praktijk veelvuldig voor in soortgelijke bewoordingen. In dit geval staat het in de algemene voorwaarden opgenomen. De rechtbank bekijkt eerst of GreenCat een beroep kan doen op deze exoneratieclausule. Samengevat heeft GreenCat haar aansprakelijkheid behalve voor opzet of grove schuld beperkt:

( i) voor indirecte schade uitgesloten, en
(ii) voor enige andere schade gemaximeerd tot een bedrag van € 180.000,00, zijnde het totaal bedrag van de facturen.

In voormelde bepaling is eveneens opgenomen dat onder indirecte schade is begrepen – maar niet is beperkt tot – gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen, verlies van en schade aan gegevens(bestanddelen) en schade door bedrijfsstagnatie. Onder ‘andere schade’ wordt uitsluitend verstaaN:

  1. redelijke, betaalde kosten die de klant heeft moeten maken:
  2. redelijke, betaalde kosten die de klant maakt en/of heeft gemaakt in gevallen als beschreven in artikel 11.2, zijnde aanspraken van derden ter zake van een (vermeend) inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht, en
  3. materiële schade aan zaken en/of andere zaken van de klant en/of derden welke in direct verband staan met door GreenCat geleverde zaken en/of diensten, dit met uitsluiting van schade aan programmatuur en gegevensbestanden.

De rechtbank weegt twee facetten tegen elkaar af. Het gaat om professionele partijen. Daarbij is de een deskundig en de ander weliswaar ook een zakelijke partij maar niet deskundig op het terrein van de overeenkomst (hier: software). De exoneratieclausule waarop Greencat zich beroept is eenzijdig door Greencat opgesteld. Omdat deze zo ruim is opgesteld wordt vrijwel alle aansprakelijkheid uitgesloten. En dan volgt de mooie overweging: dan blijft er bij een leverancier als Greencat  onvoldoende prikkel over om zijn verplichtingen na komen. Dat leidt  tot een onaanvaardbaar resultaat. Dat is dus een reden waarom Greencat niet zomaar een beroep op deze bepaling toekomt.

Anderzijds speelt een rol, aldus de rechtbank, de verhouding tussen de geringe beloning van een partij tegenover grote aansprakelijkheidsrisico’s.

Softwareleveranciers sluiten vrijwel standaard hun aansprakelijkheid voor gevolgschade uit. Dat is, zelfs gelet op het belang van de tegenpartij, gerechtvaardigd. Als dergelijke exoneratieclausules helemaal niet meer zouden mogen, dan kunnen bedrijven hun aansprakelijkheidsrisico’s alleen tegen zeer hoge premies verzekeren en dat leidt alleen maar tot prijsverhoging voor opdrachtgevers.

Na deze afweging komt de rechtbank tot de evenwichtige slotsom dat het beroep op dit beding niet slaagt voor zover het de hele aansprakelijkheid uitsluit. Dat is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het beroep slaagt wel voor de schade tot € 180.000,00 (de hoogte van de facturen over het afgelopen jaar). Het hof kan zich met deze beoordeling van de rechtbank vrijwel volledig verenigen.

Wat leert dat nu?

  1. Dat een beding in algemene voorwaarden waarin aansprakelijkheid volledig wordt uitgesloten in lang niet alle gevallen stand houdt.
  2. Dat een beding waarin aansprakelijkheid voor gevolgschade (ook indirecte schade genoemd) wel stand kan houden als deze op een bepaalde manier aan elkaar zijn verbonden aan de hoogte van de factuur.
  3. Een kritische blik op uw exoneratiebeding bij het opstellen van de overeenkomst of algemene voorwaarden, dan wel nadat daarover mogelijk geschil is ontstaan is van groot belang.    

Uiteraard helpen we in voorkomende gevallen graag.

Twan Kersten, advocaat

« terug | meer nieuws »