Nieuwe franchise wet

Het lijkt er dan toch van te komen: de nieuwe Franchise Wet. Dat was ook wel nodig om de positie van de franchisenemer te versterken.

Was er aanvankelijk nog niets geregeld in de wet. In 2016 kwam de zogeheten Nederlandse Franchise Code (NFC) tot stand. Dat bevatte gedragsregels voor de wijze waarop franchisepartijen zich moet gedragen bij een franchiseovereenkomst. Omdat gedragsregels op zichzelf niet bindend zijn,  was het succes afhankelijk van het draagvlak binnen de branche. Dat bleek te ontbreken. Eind 2018 werd besloten om alsnog het wetsvoorstel Franchise in te dienen. Hoewel er op dit voorstel zeker wat aan te merken is, is het een duidelijke positieverbetering voor de franchisenemer ten opzichte van franchisegever. Dat is ook de bedoeling van de wetgever geweest.

De aanleiding: wat gaat er in de praktijk mis?

Het komt regelmatig voor dat de franchisegever een economische sterkere machtspositie heeft dan de franchisenemer. Niet zelden is de franchisenemer een startende ondernemer die met onuitputtelijk enthousiasme start, maar onvoldoende kritisch is over de verstrekte informatie. Denk aan een omzetprognose die verstrekt wordt met de mededeling dat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Echter, op basis van deze prognose worden wel de financiële bijdragen bepaald die de franchisenemer moet betalen. Dat betekent dat de franchisegever de zekerheid van periodieke inkomsten heeft waartegenover de franchisenemer nog maar moet zien of de omzetresultaten ook daadwerkelijk werden behaald. In het verleden werd wel geoordeeld dat het niet behalen van de omzetprognose ondernemersrisico betreft. In mijn ogen is het echter evenwichtig dat een franchisegever, die ook verlangt dat de franchisenemer een financiële bijdrage betaalt voor de franchiseformule, eerlijk wordt geïnformeerd zodat hij in staat is om een deugdelijke financiële analyse op te stellen.

Dit wetsvoorstel bevat, om dit knelpunt te verhelpen, de bepaling dat de franchisegever zelfs in de fase waarin partijen nog geen contract hebben (de zogeheten precontractuele fase) tijdig alle relevante informatie moet verstrekken (bv. een concept franchiseovereenkomst, contactgegevens van andere franchisenemers en het vertegenwoordigende orgaan van alle franchisenemers). Het meest in het oog springend is de verplichting voor de franchisegever om deugdelijke financiële gegevens te geven aan de franchisenemer (bv. van de beoogde locatie). Met deze gegevens moet de franchisenemer een betere inschatting kunnen maken van de goede en kwade kansen van de locatie.

Daarnaast heeft de franchisegever kernverplichting om ondersteuning en bijstand aan de franchisenemer bieden. Op dit punt is het wetsvoorstel te onduidelijk. Het is niet vastgelegd wast deze plicht concreet inhoudt. Het is aan de rechtspraak om deze norm uit te gaan werken.

Ten slotte bevat het wetsvoorstel belangrijke bepalingen over goodwill en een inkoopverplichting. Een belangrijke aanvulling op de praktijk is de bepaling om goodwill bij de beëindiging van de franchiseovereenkomst, die kan worden toegerekend aan de franchisenemer te vergoeden. Om te voorkomen dat een inkoopverplichting een wurgverplichting wordt, kan zo’n verplichting alleen worden opgelegd onder in het handelsverkeer gebruikelijke voorwaarden. Het wetsvoorstel is ook weinig concreet waarop wordt gedoeld bij de term “gebruikelijke voorwaarden”.

Uiteraard houden wij u op de hoogte als deze Franchisewet ook in deze vorm wordt aangenomen. Mocht u meer informatie willen, dan adviseren we u natuurlijk graag.

Contact