Het (juridisch) steekspel binnen 50 Plus

Alle – op één na – leden van de Tweede en Eerste Kamer die lid zijn van 50 Plus hebben het vertrouwen in de heer Geert Dales, voorzitter van het hoofdbestuur van 50 Plus, opgezegd. Vervolgens is de storm binnen 50Plus gaan luwen, maar inmiddels is de strijd weer losgebarsten.

Inleiding

50 Plus is een politieke partij en vrijwel elke politieke partij is een vereniging. Zoals elke rechtspersoon, heeft ook een vereniging ‘organen’. Een vereniging kent een bestuur en een algemene vergadering / ledenraad. De ledenraad is het hoogste orgaan van de vereniging.

De wet, met name boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), vormt de basis voor een vereniging. Deze basis wordt uitgewerkt in de statuten van een vereniging. 50 Plus heeft haar statuten gepubliceerd op haar website. Blijkens die statuten, zijn deze op 10 februari 2020 in werking getreden.

Hierna wil ik voor twee punten aandacht vragen. Ten eerste voor de interne organisatie van 50 Plus. Ten tweede voor het royeren van de heer Leerkes.

Mijn indruk is, dat 50 Plus haar interne organisatie niet goed op orde heeft. Want het bestuur is niet voltallig en de rechtsbescherming van de leden staat op onvoldoende afstand van het bestuur. Want de leden van de Commissie van Beroep op voordracht van het bestuur benoemd worden. Dat heeft toch iets weg van de slager die zijn eigen vlees keurt.

Mijn indruk is verder dat de heer Leerkes ten onrechte als lid van 50 Plus is geroyeerd. Want er lijkt geen hoor- en wederhoor te hebben plaatsgevonden.

Punt 1: de interne organisatie van 50 Plus

Volgens art. 8 van de statuten, is er binnen 50 Plus sprake van een Hoofdbestuur en een Dagelijks Bestuur.

Het Hoofdbestuur bestaat uit zeven leden. De voorzitter, de secretaris en de penningmeesten van het Hoofdbestuur vormen samen met een door en uit het Hoofdbestuur verkozen persoon als vice-voorzitter, het Dagelijks Bestuur van 50 Plus.

Het hoofdbestuur van 50 Plus bestaat thans naast de heer Dales uit de heren Kannegieter en Gielisse. De heer Kannegieter vervult binnen het hoofdbestuur als waarnemer de functie van penningmeester. De heer Gielisse vervult binnen het hoofdbestuur als waarnemer de functie van secretaris.

Uit hun status als waarnemer, leid ik af dat de heren Kannegieter en Gielisse niet – conform lid c en lid a van art. 8 van de statuten – door de Algemene Vergadering in hun functie zijn gekozen noch benoemd.

Ook valt op dat het Hoofdbestuur en het Dagelijks Bestuur niet voltallig zijn. Het hoofdbestuur bestaat volgens de statuten uit zeven leden en het Dagelijks Bestuur uit vier leden. Er ontbreken dus in totaal vier van de zeven statutaire bestuursleden, waaronder de secretaris en penningmeester.

Blijkens art. 8 lid e van de statuten, blijft een niet voltallig bestuur bevoegd tot besturen. In bestaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

Dit artikel voorkomt dat de vereniging bij gebreke van een voltallig bestuur niet bestuurd wordt. Uitgangspunt van de statuten en de wet is echter wel dat deze bestuurders al het nodige moeten doen om te komen tot een voltallig bestuur. Dat geldt zeker in het geval van 50 Plus waar vier van de zeven statutaire bestuursleden ontbreken.

Zeker in een situatie waarin het merendeel van het statutair vereiste aantal bestuursleden ontbreekt – waaronder de door de Algemene Vergadering in functie benoemde penningmeester en secretaris – rijst de vraag of terughoudendheid niet geboden is bij het nemen van verstrekkende, controversiële besluiten. Ik meen dat dat inderdaad het geval is. Besluiten die niet noodzakelijk en niet urgent zijn, zouden niet genomen moeten worden door een bestuur waarin vier van de zeven vereiste statutaire leden ontbreken. Want anders worden de statuten – die bepalen dat het bestuur uit zeven leden bestaat – een lege huls. Als het bestuur zich voor wat zijn eigen samenstelling betreft, niet aan de statuten houdt, dan bevordert dat niet het draagvlak van bestuurlijke besluitvorming annex besluiten.

Juist bij een vereniging en al helemaal bij een politieke vereniging, dient de macht niet geconcentreerd te zijn bij één of enkele personen, maar gespreid te zijn over meerdere personen. Ongetwijfeld om die reden is in de statuten van 50 Plus bepaald dat het bestuur uit zeven leden bestaat en niet uit drie.

Dat brengt mij bij het tweede punt.

Punt 2: het royement van de heer Leerkes

Het – niet voltallige – bestuur heeft het lidmaatschap van de heer Leerkes van de vereniging 50 Plus per direct beëindigd. Volgens art. 5 lid a van de statuten eindigt het lidmaatschap op vier manieren, namelijk 1. door overlijden van het lid, 2 door opzegging door het lid, 3 door opzegging door 50 Plus en 4. door ontzetting uit het lidmaatschap (royement).

De heer Dales geeft de navolgende toelichting: “Dit gaat niet over een oproerkraaier aanpakken, maar voorkomen dat iemand onze vereniging onredelijk benadeelt.”. Uit die laatste woorden leid ik af dat het bestuur het beëindigen van het lidmaatschap heeft gebaseerd op art. 5 lid a sub 4: ontzetting.

Volgens art. 5 lid a sub 4 is ontzetting alleen mogelijk indien het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van 50 Plus dan wel indien het lid ‘50 Plus op onredelijke wijze benadeelt’. Art. 5 lid a sub 4 sluit daarmee aan bij de bewoordingen van art. 2: 35 lid 2 BW. Die bewoordingen geven al aan, dat het ‘enkele’ benadelen van 50 Plus niet voldoende is voor royement. Het moet gaan om het onredelijk benadelen van 50 Plus. Dat impliceert een objectivering. De ontzetting van een persoon uit het lidmaatschap van een vereniging door het bestuur, dient niet gebaseerd te zijn op de subjectieve zienswijze van dat bestuur.

Immers, dat is de meest verstrekkende maatregel die tegen een lid getroffen kan worden. Er zijn ook andere maatregelen te treffen, zoals schorsing. Die zijn ook ingrijpend, maar niet zo verstrekkend als ontzetting. De sanctie van ontzetting dient dan ook gebaseerd te zijn op een geobjectiveerde zienswijze. Dat wil zeggen: ieder ander, redelijk denkend en handelend bestuur van de vereniging zou tot dezelfde conclusie komen.

Dat impliceert in elk geval, dat sprake is van een zorgvuldige procedure. Een procedure waarin het voornemen tot ontzetting tijdig vooraf, schriftelijk / per e-mail gemotiveerd wordt gecommuniceerd én waarin de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren. Hoor en wederhoor moet worden toegepast. Daarvan lijkt in het geval van de heer Leerkes geen sprake te zijn geweest.

De statuten van 50 Plus voorzien in een beroepsmogelijkheid bij de Commissie van Beroep binnen vier weken na ontvangst van het besluit tot ontzetting.

Dat is in strijd met art. 2: 35 BW waarin staat dat er een termijn van niet korter dan één maand moet worden gehanteerd. Dat is van belang, omdat hangende de beroepstermijn de heer Leerkes geschorst is. Dat betekent dat hij gedurende de beroepstermijn nog steeds lid is van 50 Plus. En dat is weer van belang voor zijn lidmaatschap van het provinciale afdelingsbestuur Utrecht van 50 Plus. Want dat lidmaatschap is afhankelijk van het lidmaatschap van 50 Plus (art. 4.1.6 sub c van het Huishoudelijk Reglement).

De heer Leerkes kan dus gedurende een maand beroep instellen bij de Commissie van Beroep. Er zijn echter wel vragen te stellen bij de onafhankelijkheid van de commissie. Want de leden daarvan worden op voordracht van het bestuur door de Algemene Vergadering benoemd (art. 9 lid b). Dat wekt de indruk dat het bestuur feitelijk / effectief gezien, zijn eigen toezichthouders benoemt. Dat is onwenselijk. Overigens bepalen de Statuten niet uit hoeveel leden de commissie bestaat. Dat is een omissie.

Volgens het Huishoudelijk Reglement gaat het om drie leden, die juridisch onderlegd zijn en drie plaatsvervangende leden. Ten aanzien van de plaatsvervangende leden geldt, dat die momenteel ontbreken. Dat is problematisch indien sprake is van ontstentenis dan wel conflicterende belangen bij één of meerdere leden van de commissie. De indruk dat sprake is van onvoldoende afstand tussen bestuur en commissie wordt bevorderd door het feit dat een lid, om in contact te komen met de commissie, een mail moet sturen naar het partijbureau.

Niettemin zou ik in het geval van de heer Leerkes toch in beroep gaan bij de commissie. Want met een oud senior raadsheer als voorzitter en een ander lid als advocaat, zou daar voldoende (juridische) professionaliteit en verantwoordelijkheidsbesef moeten zijn om een eigen oordeel te vormen en niet op het kompas van het bestuur af te gaan. Want als er één ding is dat dodelijk is voor rechtsbescherming, dan is het wel niet functionerende rechtsbescherming.

Niet alleen binnen politieke partijen en andere verenigingen spelen dit soort problemen. Ook binnen bedrijven is soms sprake van politiek en bijgevolg van onderlinge strijd, bijvoorbeeld tussen bestuurders onderling of tussen bestuur en aandeelhouders of tussen aandeelhouders onderling. Het is dan wel goed om de juridische kaders te kennen en daarnaar te handelen. Want doe je dat niet, dan sta je op achterstand.

Contact