Geen Formule 1, wel kaartjes

Vandaag werd bekend dat de Formule 1, die begin mei 2020 voor het eerst in 35 jaar weer in Zandvoort zou worden gereden, niet door gaat. Het evenement wordt door het Coronavirus opgeschort tot een nog nader te bepalen datum.

Ondanks dat nog niet vast staat dat het evenement begin mei echt niet door kan gaan, is het begrijpelijk dat de organisator nu al dit besluit neemt. Het geeft duidelijkheid aan de bezoekers, leveranciers en partners en de organisatie kan worden stilgelegd om kosten te besparen.

Hoe zit het nu met de kaartjes?

De organisator heeft rekening gehouden met overmacht en hierover in artikel 10.1 van haar algemene voorwaarden opgenomen dat: “In geval van overmacht (..), heeft de organisatie het recht het evenement te verschuiven naar een andere datum of een andere locatie of het evenement te annuleren.” Op grond van haar algemene voorwaarden is de organisator dus gerechtigd om het evenement te verschuiven.

Een consument zou kunnen stellen dat een dergelijke bepaling in strijd is met de diverse beschermingsbepalingen voor consumenten die in de wet staan opgenomen. Maar het is de vraag of dat succesvol is. Juridisch, omdat de verschuiving niet voortkomt uit een keuze van de organisatie, maar een buitengewone vorm van overmacht. Om die reden zal de rechter op grond van de redelijkheid en billijkheid ook rekening moeten houden met de grote belangen van de organisator versus het relatief kleine belang van een koper. Praktisch, omdat de kaarten erg gewild en makkelijk door te verkopen zijn. 

Afgelasting

Mocht het evenement alsnog worden afgelast, dan is hierin voorzien in artikel 8.2 van de algemene voorwaarden. Hierin is opgenomen dat:

“In geval van afgelasting van de Grand Prix is de toegewezen aanvrager gerechtigd tot terugbetaling van de entreekaarten (..).”

“Eventuele restituties kunnen alleen worden verleend (..) tot het aankoopbedrag (..) (zonder handling fees), en zullen, om twijfel te voorkomen, de aanvrager geen recht geven op een vergoeding van alle kosten en uitgaven die door de toegewezen aanvrager of gasten zijn gemaakt in verband met reizen of accommodatie.”

“De eventuele restitutie geldt tot maximaal het bedrag gedekt door de verzekering van de organisator.”

Er is bij afgelasting dus recht op terugbetaling, maar slechts de originele kaartprijs en enkel voor zover de verzekering van de organisator deze schade dekt.

Vergoeding van de indirecte schade wordt uitgesloten. Het uitsluiten van indirecte schade als reis- en verblijfkosten is juridisch gebruikelijk. Of het juridisch stand houdt om ook de handelingskosten niet te vergoeden, is gelet op de diverse wettelijke consumenten beschermingsbepalingen voor discussie vatbaar.

Of de beperking tot het bedrag van de verzekering stand houdt, zal waarschijnlijk vooral afhangen van de kwaliteit van de gesloten verzekering. Als er een verzekering met een goede dekking is gesloten, is er waarschijnlijk niets aan de hand. Praktisch niet, omdat de verzekering dan uitkeert. Juridisch niet, omdat het dan waarschijnlijk een redelijke beperking is. Op grond van de redelijkheid en billijkheid zal immers ook hier weer gekeken moeten worden naar de grote belangen van de organisator versus de relatief kleine belangen van de koper.

Is er geen goede verzekering afgesloten, dan is het de vraag of de beperking wel redelijk is en/of niet in strijd is met de wet. In dat geval is de kans groot dat een rechter achteraf oordeelt dat de bepalingen niet geldig zijn, omdat de rechten van de koper teveel worden beperkt. Indien de verzekering dan niet (alles) dekt, zal de organisator het tekort moeten aanvullen.

Contact