De jacht op (crimineel) geld

Met regelmaat is in de media te lezen of te horen en te zien dat de politie, c.q. FIOD (= fiscale inlichtingen en opsporingsdienst) bij een doorzoeking van een woning geld en goederen in beslag neemt.

Denk dan aan vaak zeer grote bedragen in contanten en dure auto’s. Recentelijk nog heeft de FIOD beslag gelegd op tientallen miljoenen euros in een onderzoek naar gesteld illegaal online gokken en witwassen.

Enerzijds zijn vatbaar voor inbeslagneming alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen.

Anderzijds kunnen in geval van een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd ( bijv. witwassen) voorwerpen inbeslaggenomen worden tot bewaring van het recht  tot verhaal voor een ter zake van dat misdrijf op te leggen geldboete. Ook kan onder voornoemde voorwaarden inbeslagneming volgen tot bewaring van het recht tot verhaal van een naar aanleiding van dat misdrijf op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Voorts kent de wet de mogelijkheid van een beslag op een vermogensbestanddeel van een derde. Je zou zeggen hoe kan het nu zijn dat een derde met een beslag wordt geconfronteerd voor het verhaal van een schuld van een ander. Dat kan ook niet zomaar. Laatstgenoemd verhaalsrecht is bedoeld voor gevallen waarin de verdachte/de veroordeelde van het strafbaar feit het behaalde voordeel veilig wil stellen door het door te sluizen naar een derde via een schijnconstructie: de schijn wordt gewekt alsof het voordeel toebehoort aan de derde, terwijl het slechts de bedoeling is om uitwinning van het voordeel bij de betrokkene te voorkomen.

Bij “een ander beslag” moeten er wel voldoende aanwijzingen bestaan dat deze voorwerpen geheel of ten dele aan die ander zijn  gaan toebehoren met het kennelijk doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, en die ander dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden. Daarmee wordt bedoeld: gezien de omstandigheden op de gedachte had moeten komen dat de legale afkomst van het voorwerp twijfelachtig is .

Die ander kan middels een klaagschrift, in te dienen bij de rechtbank, bezwaar maken tegen het op zijn eigendom gelegd beslag.

De rechter moet in een dergelijk geval de vraag beantwoorden of buiten redelijke twijfel is dat de klager ( de derde dus) als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en zo ja of er voldoende aanwijzingen zijn dat het voorwerp geheel of ten dele aan de derde is gaan toebehoren met het kennelijk doel om de uitwinning van het voorwerp te bemoeilijken. In het geval van onvoldoende concrete aanwijzingen dat het voorwerp aan klager is gaan toebehoren om de uitwinning van het voorwerp te bemoeilijken of te verhinderen én bovendien nergens uit blijkt dat klager dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden, zal de rechter de teruggave gelasten.

Als je als “een ander” met een verhaalsbeslag wordt geconfronteerd is het raadzaam dat je een advocaat inschakelt en niet een afwachtende houding aanneemt.

Contactpersoon

  • mr. A.R. (Bram) van Roo