Werknemers opgelet! U kunt in beroep tegen een ‘UWV-ontslag’

Ingevoerd op 16 juli 2018

Onlangs is er een onderzoeksrapport verschenen van de Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het rapport heeft de treffende titel: “Ontslag aangevraagd en dan?”.  Uit het rapport blijkt onder meer dat werknemers dikwijls niet op de hoogte zijn van het feit dat zij in beroep kunnen tegen een opzegging van de arbeidsovereenkomst op basis van een door het UWV afgegeven ontslagvergunning. Een gemiste kans!

In het geval een werkgever te maken krijgt met een verslechterde bedrijfseconomische situatie, heeft hij de mogelijkheid een ontslagvergunning aan te vragen bij het UWV. Dit gebeurt vaak in het kader van een reorganisatie van een bedrijf. Het UWV toetst de door de werkgever ingediende  ontslagaanvraag en onderzoekt marginaal of er daadwerkelijk sprake is van een bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag van een deel van het personeelsbestand. Daarnaast bekijkt het UWV of de werkgever het zo genoemde afspiegelingsbeginsel correct heeft toegepast. Het afspiegelingsbeginsel is een variant op wat vroeger “last in, first out” werd genoemd. Ook onderzoekt het UWV (marginaal) of er mogelijkheden zijn tot herplaatsing van de werknemer elders binnen het bedrijf (al dan niet met (bij)scholing).

In een dergelijke procedure bij het UWV krijgt een werknemer de kans om zich inhoudelijk te verweren tegen het voorgenomen ontslag. Zo kan de werknemer betogen dat er helemaal geen bedrijfseconomische noodzaak (slechte financiële situatie) is voor een ontslagronde en/of dat het afspiegelingsbeginsel niet correct is toegepast. Als gezegd, toetst het UWV slechts marginaal. Dat betekent dat het UWV de ontslagaanvraag niet volledig inhoudelijk onderzoekt maar slechts nagaat of een werkgever in redelijkheid de beslissing tot ontslag heeft kunnen nemen. Met andere woorden, het UWV toetst of wat door de werkgever wordt aangevoerd het verzoek om toestemming voor ontslag voldoende ondersteunt.

Als de werknemer meent dat hij, ondanks toestemming van UWV, ten onrechte is ontslagen dan kan hij een beroep doen op de civiele kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te herstellen of - als dit naar zijn mening niet mogelijk is - om de werkgever te veroordelen aan hem een billijke vergoeding te betalen. De kantonrechter toetst daarbij aan dezelfde (wettelijke) criteria als die voor UWV gelden. Deze beroepsgang wordt vaak aangeduid als het hoger beroep tegen de beslissing van het UWV. Daarvan is formeel echter geen sprake aangezien het beroep wordt ingesteld tegen de werkgever die met toestemming (van het UWV) heeft opgezegd. Het beroep wordt dus niet ingesteld tegen het UWV.

Uit het rapport van de Inspectie van het ministerie van SVW blijkt dat meer dan 45 procent van de ontslagen werknemers geen informatie heeft gekregen van het UWV over het recht om naar de kantonrechter te gaan. Nog eens 39 procent kon zich niet herinneren dergelijke informatie van het UWV ontvangen te hebben. Ruim 92 procent van de respondenten geeft aan dat ze geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om naar de kantonrechter te stappen. De inspectie stelt dat het UWV de informatieverschaffing op dit punt sterk zou moeten verbeteren. Het is namelijk van belang dat de werknemer van deze beroepsmogelijkheid op de hoogte is.

Mocht u - als werknemer - te maken krijgen met een UWV-ontslag (opzegging arbeidsovereenkomst op grond van een door het UWV afgegeven ontslagvergunning), wees u zich er dan van bewust dat u het ontslag kunt aanvechten bij de kantonrechter. De termijn voor het instellen van een beroep bij de kantonrechter is twee maanden na het einde van het dienstverband. De arbeidsadvocaten van Van As Advocaten kunnen u vanzelfsprekend nader adviseren over de juridische mogelijkheden in dit kader.

Joël Dolmans
advocaat arbeidsrecht

« terug | meer nieuws »