Wetsvoorstel beperking gemeenschap van goederen, wat betekent dit voor u?

Ingevoerd op 14 juni 2016

Wetsvoorstel beperking gemeenschap van goederen

Op 11 juli 2014 is een initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Swinkels (D66), Récourt (PvdA) en Van Oosten (VVD) ingediend, waarbij de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen wordt beperkt. Het wetsvoorstel ligt nu ter beoordeling voor aan de Tweede Kamer. Wat houdt dit wetsvoorstel precies in? Om dat goed te kunnen begrijpen is het goed om eerst in te zoomen op de huidige wettelijke regeling.

Huidig recht

Als u nu gaat trouwen (dan wel een geregistreerd partnerschap aangaat) dan kunt u op voorhand huwelijkse voorwaarden laten maken bij de notaris, waarbij u precies kunt regelen wat door het huwelijk (of geregistreerd partnerschap) tot het gemeenschappelijk vermogen zal gaan behoren en wat privé vermogen blijft.

Als u geen huwelijkse voorwaarden laat opmaken, dan bent u automatisch in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Dat betekent dat alle bezittingen (spaargeld, de woning, de onderneming) en schulden (studieschuld, schuld aan de onderneming) tot het gemeenschappelijk vermogen moeten worden gerekend. Ook alles wat het tijdens het huwelijk wordt verworven behoort tot het gemeenschappelijk vermogen: dus ook een erfenis of schenking – tenzij voorzien van een zogenaamde uitsluitingsclausule (een clausule waarin is bepaald dat de schenking/erfenis niet tot het huwelijksvermogen zal gaan behoren).

Achtergronden van het wetsvoorstel

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel willen aansluiten bij wat de meerderheid van de bevolking wenselijk vindt en wat internationaal gezien meer voorkomt. Daarbij moet worden bedacht dat Nederland als een van de weinige landen ter wereld (samen met Suriname en Zuid-Afrika) nog het principe van een algehele gemeenschap van goederen kent. De algehele gemeenschap is dus feitelijk niet meer van deze tijd.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel

Als er geen huwelijkse voorwaarden voorafgaand aan het huwelijk worden gemaakt, dan zal – op basis van het initiatiefvoorstel - het volgende gaan gelden: het vermogen en de schulden die aanwezig waren voorafgaand aan het huwelijk, blijven behoren tot het privé vermogen en worden dus niet gemeenschappelijk. Alleen hetgeen door de beide echtgenoten tijdens het huwelijk wordt verworven en wordt opgebouwd, gaat behoren tot het gemeenschappelijk huwelijksvermogen. Uitgezonderd daarvan worden de erfenissen en schenkingen: deze gaan behoren tot het privé vermogen ook al zijn deze verkregen tijdens het huwelijk - tenzij de erflater of schenker expliciet bepaalt dat de erfenis/schenking tot het gemeenschappelijk huwelijksvermogen van de beide echtgenoten zal gaan behoren.

Voor ondernemers geldt dat als tijdens het huwelijk een onderneming wordt opgericht, deze onderneming zal gaan behoren tot het gemeenschappelijk vermogen. Had de echtgenoot de onderneming al voor het huwelijk, dan maakt deze geen deel uit van de bepekte gemeenschap van goederen. Wél behoort de niet uitgekeerde winst die tijdens het huwelijk in de onderneming wordt gemaakt tot de beperkte gemeenschap. Hetzelfde geldt voor verliezen in de onderneming.

Het wetsvoorstel past verder de regeling aan over de draagplicht van schulden en voorziet ten slotte in een regeling met betrekking tot het verhaal van privéschuldeisers op gemeenschapsgoederen.

De voorgestelde regeling zal alleen gelden voor nieuw te sluiten huwelijken.

Commentaar en bedenkingen

Het is de vraag of, en wanneer het initiatiefvoorstel tot wet wordt. Er is nog wel het nodige commentaar op het voorstel. Met name dat de beperkte gemeenschap van goederen veel administratieve rompslomp met zich zal meebrengen. De bezittingen en schulden zullen goed gedocumenteerd moeten worden. De ervaring met de periodieke verrekenbedingen, zoals we die kennen bij huwelijkse voorwaarden, is dat dit nauwelijks gebeurt: eenmaal getrouwd wordt naar deze administratie niet meer omgekeken. Bij een kortdurend huwelijk, kunnen bankafschriften en andere stukken nog betrekkelijk eenvoudig worden opgevraagd. Na een langer durend huwelijk is het schier onmogelijk om een en ander nog goed in kaart te brengen.

Vraagt u zich af wat het wetsvoorstel voor uw situatie zou betekenen? Neemt u dan gerust contact op met een van onze familierechtspecialisten.

Marie-Louise van As, familierechtspecialist Van As advocaten Nieuwegein

 

« terug | meer nieuws »