TOEVOEGING VAN EEN RAADSMAN IN STRAFZAKEN EN DE REGELING KOSTENVERHAAL

Ingevoerd op 16 mei 2017

Het belang dat een verdachte van een strafbaar feit heeft bij rechtsbijstand van een raadsman is tot uitdrukking gebracht met de regeling dat indien de verdachte geen eigen gekozen raadsman heeft een toegevoegde raadsman verplicht is rechtsbijstand te verlenen zolang niet een gekozen raadsman optreedt.

Deze regeling geldt vanaf het verlenen van zogenoemde consultatiebijstand ( voorafgaand aan het verhoor van een aangehouden verdachte) de inverzekeringstelling en wanneer zijn bewaring  ( of gevangenneming ) is bevolen.

Aan de regeling van de verplichte toevoeging van een raadsman aan gedetineerde verdachten ligt het idee ten grondslag dat de vrijheidsbeneming de verdachte in zijn verdediging bemoeilijkt en ook extra rechtsbijstand ter zake de vrijheidsbeneming noodzakelijk maakt.

Wanneer de bewaring of gevangenneming is bevolen wordt op last van de voorzitter van de rechtbank een raadsman toegevoegd ( door de raad voor rechtsbijstand)

Inmiddels is er een wijziging gekomen in de financiering van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Per 1 maart 2017 is namelijk de maatregel kostenverhaal draagkrachtig veroordeelden ingegaan. Deze maatregel heeft betrekking op verdachten van strafbare feiten die in afwachting van hun strafproces in voorlopige hechtenis zitten en aan wie daarom op last van de rechter een advocaat is toegewezen.

Sinds 1 maart 2017 kán de raad voor de rechtsbijstand de kosten van de gesubsidieerde rechtsbijstand terugvorderen indien er sprake is van een onherroepelijke veroordeling.

Verhaal op de verdachte blijft achterwege als sprake is van sepot van de strafzaak, als de verdachte volledig wordt vrijgesproken, is ontslagen van rechtsvervolging of schuldig is verklaard zonder het opleggen van straf of maatregel.

Na afloop van het strafproces ontvangt de raad voor de rechtsbijstand  bericht of er sprake is van een onherroepelijke veroordeling. Als dat het geval is voert de raad voor rechtsbijstand een inkomens-en vermogenstoets uit en vraagt hiervoor de financiële gegevens van de veroordeelde op bij de belastingdienst. Het peiljaar voor de toetsing is twee jaar vóór het moment waarop de last tot toevoeging is geregistreerd.

De veroordeelde dient in de sedert 1 maart 2017 geldende regeling  de kosten van rechtsbijstand zelf te betalen als sprake is van een onherroepelijke veroordeling en als zijn draagkracht hoger is dan de inkomens-en vermogensgrens als bedoeld in de wet op de rechtsbijstand.

Ziet de verdachte af van de toevoeging en wil hij de rechtsbijstand zelf betalen dan dient hij hierover direct contact op te nemen met een advocaat.

Bram van Roo, advocaat strafrecht

« terug | meer nieuws »