Tegemoetkoming transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers door het UWV!

Ingevoerd op 11 juli 2018

Goed nieuws voor werkgevend Nederland. Op 10 juli 2018 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel compensatie transitievergoeding langdurig arbeidsongeschikten aangenomen. Op grond van deze wet zullen Werkgevers vanaf medio 2020 worden gecompenseerd* voor de betaalde transitievergoeding, voorzover deze is betaald in verband met het beëindigen van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Wat betekent dit concreet?

Heeft u als werkgever vanaf 1 juli 2015 aan een werknemer een transitievergoeding uitbetaald, omdat het dienstverband is geëindigd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, dan kunt u na inwerkingtreding van deze wet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van deze betaling, mits u hiertoe een verzoek indient bij het UWV.

Wijze van beëindigen

Het is daarbij niet relevant hoe u het dienstverband heeft beëindigd: of dit nu via een opzegging van de arbeidsovereenkomst is gebeurd (evt. na afgifte van toestemming door het UWV), door een ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de rechter of middels een vaststellingsovereenkomst. Wel moet vast staan dat de beëindiging, voorzover het gaat om een contract voor onbepaalde tijd, plaatsvindt na afloop van het opzegverbod tijdens ziekte, derhalve na ommekomst van 2 jaar arbeidsongeschiktheid. Ook moet vast staan dat het initiatief tot beëindiging is uitgegaan van u als werkgever. 

De wetgever heeft daarbij geen onderscheid willen maken naar de aard van de arbeidsovereenkomst, dus of deze voor bepaalde of onbepaalde tijd was aangegaan. Dat betekent derhalve dat ook de transitievergoeding wordt vergoed die betaald is aan de werknemer waarvan het dienstverband van rechtswege is geëindigd en de werknemer op dat moment arbeidsongeschikt was (dit zal bijvoorbeeld moeten worden aangetoond aan de hand van een toekenning van een aansluitende ziektewetuitkering door het UWV). 

Beperkingen tegemoetkoming

De tegemoetkoming bedraagt niet meer dan de transitievergoeding waarop een werknemer op grond van de wet aanspraak kan maken bij het aflopen van de loonbetalingsverplichting (dus na ommekomst van 2 jaar arbeidsongeschiktheid, of het moment van het van rechtswege aflopen van het contract). De periode dat de arbeidsovereenkomst eventueel langer is doorgelopen (slapend dienstverband) en daardoor resulteert in een hogere vergoeding, wordt niet meegenomen. Ook wordt de periode dat er een loonsanctie is opgelegd, buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming.  

Daarnaast is de tegemoetkoming niet onbeperkt. De compensatie zal namelijk niet meer bedragen dan het bedrag van het tijdens ziekte van de werknemer betaalde bruto loon. Dat is met name relevant als het gaat om een contract voor bepaalde tijd of als de loonbetalingsverplichting in duur beperkt is (denk aan de huishoudelijke hulp). Is er sprake geweest van een loonbetalingsverplichting van 2 jaar, dan zal de doorbetaling van het loon tijdens ziekte doorgaans hoger zijn dan de betaalde transitievergoeding en zal in de meeste gevallen de tegemoetkoming worden verstrekt gebaseerd op de transitievergoeding. 

De reden voor de compensatie is werkgevers te compenseren voor het feit dat zij langdurig het salaris hebben moeten doorbetalen daarnaast nog een transitievergoeding moeten betalen. Als de loonbetalingsverplichting dan beperkt is op grond van de wet, is er geen reden om de volledige transitievergoeding te compenseren en wordt de compensatie beperkt tot de periode dat het loon is doorbetaald. 

Wie betaalt?

De vergoedingen worden bekostigd vanuit de Algemene werkloosheidsheidsfonds waar een verhoging van de (uniforme)premie tegenover zal staan. 

Per wanneer? 

De wet werkt terug tot 1 juli 2015. Wanneer de wet precies zal ingaan, is afhankelijk van de publicatie in het Staatsblad. De verwachting is vanaf medio (april?) 2020 de tegemoetkoming bij het UWV kan worden geclaimd.
 
*Kanttekening: De wet is zowel door de Tweede kamer als de Eerste kamer aanvaard als hamerstuk, om te bereiken dat de wet zo spoedig mogelijk kan worden ingevoerd. De Eerste kamer heeft wel de vraag gesteld of de regeling voor iedere werkgever geldt, of dat er een grens is aan de omvang van de werkgevers om voor een vergoeding in aanmerking te komen. Die vraag zal nog beantwoord moeten worden, maar staat verder niet in de weg aan het wetgevingsproces. 

Marlies Oogjen, arbeidsrechtadvocaat

« terug | meer nieuws »