Procederen 2.0

Ingevoerd op 19 juni 2015

De rechtspraak in Nederland is in drie 'categorieën' onder te verdelen: strafrechtspraak, burgerlijke rechtspraak (ook wel civiele rechtspraak genoemd) en bestuursrechtspraak. Elke categorie wordt weer onder verdeeld in subcategorieën.

Een procedure voor de burgerlijke rechter wordt ‘ingeleid’ met een dagvaarding of met een verzoekschrift. Meestal gaat het bij verzoekschriften om een geschil over een familierechtkwestie en een dagvaarding over een meer ‘zakelijk’ geschil. Voorheen behoefde de ‘inleidende’ dagvaarding niet de grondslag voor de vordering te bevatten. Dat is sinds 2002 verplicht. De dagvaarding wordt door een deurwaarder betekend aan de wederpartij. Dat vormt een extra maatregel om te bevorderen dat de wederpartij weet dat er een procedure tegen hem gestart. In de dagvaarding staat hoe de wederpartij zich moet verdedigen: zelf dan wel verplicht door een advocaat, waar hij zich moet verdedigen (het adres van het gerecht) en waartegen hij zich moet verdedigen (de vordering en haar onderbouwing). De betekende dagvaarding moet dan vervolgens naar de rechter worden gestuurd. Die neemt de zaak op een zogenaamde rolzitting (een papieren zitting) in behandeling en geeft aan hoe de procedure verder zal verlopen. Doorgaans zal de gedaagde in de gelegenheid worden gesteld een schriftelijke reactie te geven middels een conclusie van antwoord en zal de rechter daarna een comparitie (zitting op de rechtbank) inplannen.  

Een procedure bij de bestuursrechter kan eenvoudig gestart worden met een brief of een fax. In de brief moet worden aangegeven waartegen het beroep zich richt: tegen welk besluit van welk overheidsorgaan en waarom: de gronden van het beroep. Inhoudelijk is er dus geen verschil met een dagvaarding. Maar qua vorm dus wel. In het bestuursrecht kan men ook zonder advocaat procederen. In het civiele recht kan dat ook, namelijk voor de kantonrechter (onder andere geldvorderingen met een waarde van maximaal 25.000 euro en vorderingen op grond van een huur- of een arbeidsovereenkomst). Voor andere vorderingen moet men een advocaat inschakelen.

Het is de bedoeling dat in de toekomst (2016) digitaal geprocedeerd wordt en dat er dus ook digitale dossiers zullen zijn en niet langer papieren dossiers. De procespartijen krijgen digitaal toegang tot het dossier waarover de rechter beschikt. Ook zal de rechterlijke vrijheid om over het besluitvormingsproces te beslissen, vergroot worden. Zo vervalt bijvoorbeeld het huidige recht op een pleidooi.

Het is verder (2018) de bedoeling dat de dagvaarding komt te vervallen en dat alle procedures bij de civiele rechter worden ingeleid met een verzoekschrift. De tussenkomst van een deurwaarder is dan niet meer vereist. Echter, als de wederpartij niet verschijnt, dan moet alsnog de deurwaarder worden ingeschakeld. Want alleen in het geval de deurwaarder het verzoekschrift aan de wederpartij heeft betekend, neemt de rechter aan dat het verzoekschrift de wederpartij heeft bereikt. Uit het feit dat de wederpartij dan (nog) niet heeft gereageerd, wordt vervolgens afgeleid dat deze geen verweer wil voeren. Daarom honoreert de rechter het verzoekschrift alleen, indien dat is betekend. Want is het niet betekend, dan kan het zijn dat de wederpartij niet gereageerd heeft, omdat het verzoekschrift haar niet heeft bereikt. Een andere wijziging is dat de procedure meer aan termijnen zal worden gebonden. De bedoeling is dat procedures als gevolg daarvan korter verlopen.

De beoogde wijzigingen in het civiele procesrecht zijn dus voornamelijk procesmatig van karakter. Daarbij moet echter niet vergeten worden dat procesmatige beslissingen, gevolgen hebben voor inhoudelijke beslissingen. Dat het proces gestroomlijnd wordt, is een goede zaak. Dat de rechterlijke vrijheid om over het besluitvormingsproces te beslissen, vergroot wordt is niet zonder risico’s. Want verkeerde beslissingen over het besluitvormingsproces, hebben noodzakelijkerwijze een navenante invloed op de beslissing van de rechter over de inhoud: wie heeft er gelijk. Voor alle veranderingen geldt: the proof of the pudding, is in the eating. 

« terug | meer nieuws »