“Mijn ex kan zelf (meer) geld verdienen”

Ingevoerd op 27 februari 2018

Partneralimentatie, behoeftigheid en verdiencapaciteit: hoe zit het ook alweer?

Op grond van de wet bestaat er ingeval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap een onderhoudsverplichting voor gewezen echtgenoten/partners. Die verplichting duurt op basis van de huidige wet maximaal 12 jaar (uitgezonderd voor kinderloze huwelijken/geregistreerd partnerschappen die niet langer dan 5 jaar hebben geduurd). Of een van de echtgenoten aanspraak kan maken op betaling van partneralimentatie is afhankelijk van het bestaan van “behoeftigheid”. Het tremarapport (juridische leidraad in alimentatiezaken) zegt hierover dat iemand behoeftig is “indien degene niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien, dat wil zeggen indien degene zelf daartoe de nodige middelen mist en die ook in redelijkheid niet kan verwerven”. Juist om dit laatste gaat het. Het gaat dus zowel om de daadwerkelijke inkomsten (bijvoorbeeld loon), maar ook om de inkomsten die iemand in redelijkheid kan genieten.   

Bij de beoordeling van de vraag of iemand partneralimentatie kan ‘vragen’ zijn de eigen inkomsten dus van belang. Het gaat hier om de eigen inkomsten die iemand daadwerkelijk geniet (bijvoorbeeld loon), maar ook om de inkomsten die iemand in redelijkheid kan verwerven. Dit laatste wordt de verdiencapaciteit genoemd. Er wordt dus van de echtgenoot verlangd dat hij/zij alles in het werk stelt om zelf in eigen levensonderhoud te voorzien. Er wordt gekeken naar alle omstandigheden, zoals opleiding, werkervaring, zorg voor de kinderen, etc. Met de verdiencapaciteit wordt rekening gehouden bij de bepaling of iemand behoefte heeft aan partneralimentatie. Zonder reden ‘achterover gaan zitten’ kan dus niet.

Dus ja, “als de ex meer geld kan verdienen”, wordt dit ook van hem/haar verlangd. Doet hij/zij niets of te weinig om dit te realiseren, dan werkt dit in zijn/haar nadeel. De rechter kan dan (onder andere) oordelen dat er niet is aangetoond dat iemand behoeftig is. Gevolg: geen vaststelling van een bijdrage partneralimentatie.

Zo oordeelde ook het gerechtshof Arnhem–Leeuwarden (locatie Leeuwarden) in een recente uitspraak van begin dit jaar[1], waarin de vrouw had gesteld dat zij voldoende inspanningen had verricht om betaald werk te vinden en ter onderbouwing diverse sollicitatiebrieven had overgelegd. De man had deze stelling van de vrouw gemotiveerd betwist, aldus het hof:

  • De sollicitatiebrieven zijn niet te kwalificeren als serieuze inspanningen van de vrouw om inkomen te verwerven: ontmoedigende openingszin, de minimale omvang en de vele gemaakte type- en taalfouten in de brieven;
  • De volgens de vrouw gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal, vormt geen belemmering, nu zij de Engelse taal uitstekend beheerst en bij een Engelstalig bedrijf zou kunnen werken. Ter zitting bleek het bezwaar van de vrouw te zijn dat dat er geen Engelstalige bedrijven in de buurt gevestigd zouden zijn en zij niet daarvoor wil verhuizen;
  • Gebleken is dat de vrouw – ondanks dat zij zich wel daarvoor had ingeschreven – nimmer is gestart met een taalcursus Nederlands;
  • De kinderen zijn 20 en 16 jaar oud, zodat de zorg voor de kinderen geen belemmering kan vormen voor het vinden van een betaalde baan;
  • De vrouw heeft in het verleden relevante werkervaring opgedaan;
  • De vrouw werkt nu al langere tijd op vrijwillige basis;
  • Gebleken is dat de vrouw enkel via haar eigen (beperkte) netwerkt geprobeerd heeft een betaalde baan te vinden en via internet sollicitatieactiviteiten heeft verricht. Het hof meent dat van de vrouw verlangd kan worden dat zij zich inschrijft bij verschillende uitzendbureaus en zich laat bijstaan bij het verrichten van sollicitatieactiviteiten.

Al met al meent het hof dus dat de vrouw onvoldoende heeft laten zien dat zij voldoende in het werk heeft gesteld om betaald werk te vinden. De vrouw kan zelf (meer) geld verdienen. De vrouw heeft dus niet aangetoond dat zij behoeftig is. Het hof wijst haar verzoek om partneralimentatie dan ook af. De vrouw ontvangt dus geen partneralimentatie.

Bij de beoordeling van de partneralimentatie kijken de familierechtadvocaten van Van As Advocaten uiteraard naar de verdiencapaciteit. Wilt u hierover meer informatie of advies, dan kunt u uiteraard contact opnemen. Een eerste kennismaking is kosteloos.

Mr. G.M. (Maaike) Goes

 

 

 

[1] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:355

« terug | meer nieuws »