Is de scheidende ondernemer nog wel veilig met huwelijkse voorwaarden?

Ingevoerd op 13 mei 2013

Het komt met grote regelmaat voor: ondernemers die zich met hun huwelijkse voorwaarden beschermd wanen tegen aanspraken van de aanstaande ex in een scheidingsprocedure. Vaak zijn zij zich van geen gevaar bewust. “We toch op huwelijkse voorwaarden getrouwd?” – zo luidt het devies. Helaas blijkt de realiteit minder rooskleurig en komen veel ondernemers teleurgesteld uit wanneer de huwelijkse voorwaarden bij een echtscheiding op tafel komen. Vaak zijn de huwelijkse voorwaarden tot dan diep in een bureau lade opgeborgen geweest en daarmee niet aangepast aan de relevante ontwikkelingen die zich binnen een huwelijk, of beter: binnen een mensenleven, kunnen voordoen. Neem de ondernemer die bij aanvang van het huwelijk een kleine ZZP er was - terwijl nadien de business is gaan groeien en daarom werd ondergebracht in een holding structuur met een of meerdere werkmaatschappijen. Met name het vaak in de huwelijkse voorwaarden opgenomen periodieke verrekenbeding kan dan tot ramspoed leiden.

Een verrekenbeding klinkt erg logisch: geld dat niet wordt besteed aan de kosten van de huishouding, moet aan het einde van ieder jaar worden verdeeld/verrekend. De praktijk leert dat in de hoogtijdagen van de meeste huwelijken de echtgenoten niet jaarlijks om de tafel gaan om met elkaar dergelijke berekeningen uit te voeren. Het gevolg is dan dat dit bij het einde van het huwelijk - door echtscheiding - alsnog moet. Dat is niet zo eenvoudig: vaak is de administratie er niet eens meer. Daarbij komt dat de wetgever het de ondernemer niet makkelijk heeft gemaakt. De Wet neemt namelijk tot uitgangspunt dat al het bij einde van het huwelijk aanwezige vermogen geacht wordt gemeenschappelijk te zijn. Maar dat was niet wat de ondernemer voor ogen had toen hij erop stond om voorafgaand aan het huwelijk huwelijkse voorwaarden te laten opstellen!

De bewijslast ligt vervolgens bij de ondernemer om aan te tonen dat zijn vermogen het resultaat is van privé inkomen (daarmee wordt bedoeld inkomen dat niet valt onder het inkomensbegrip in de huwelijkse voorwaarden) of privé vermogen (bijvoorbeeld vermogen dat de ondernemer al had bij aanvang van het huwelijk of vermogen dat uit erfenis of nalatenschap is ontvangen). De rollen zijn daarmee omgekeerd: de aanstaande ex kan achterover leunen en afwachten of de ondernemer slaagt in deze bewijslast. Zo niet, dan wordt al het vermogen bij einde van het huwelijk (inclusief het ondernemingsvermogen) bij helfte gedeeld.

Met het bovenstaande wordt beoogd het belang te benadrukken om de huwelijkse voorwaarden van tijd tot tijd te laten checken, zodat kan worden nagegaan of deze nog verwoorden hetgeen u ook daadwerkelijk voor ogen heeft. Alleen dan worden zeer onaangename verrassingen achteraf voorkomen.

Indien u uw akte huwelijkse voorwaarden wilt laten checken, neem dan contact met ons op.

Marie-Louise van As, Van As advocaten Nieuwegein

« terug | meer nieuws »