Getrouwd in Iran, gescheiden in Nederland? Welk recht is van toepassing?

Ingevoerd op 2 september 2017

Partijen, man en vrouw, zijn 25 jaar geleden getrouwd in Iran. Kort na hun huwelijk zijn zij naar Nederland verhuisd en hebben zij in Nederland een gezin gesticht. Mevrouw werkte parttime en droeg het grootste deel van de zorg voor de kinderen. Meneer heeft een onderneming opgebouwd. Partijen hebben enkele jaren na hun vestiging in Nederland allebei de Nederlandse nationaliteit verkregen.

Partijen zijn in Nederland gescheiden naar Nederlands recht. De vraag is vervolgens welk recht van toepassing is op de verdeling van het vermogen. Met andere woorden: welk recht bepaalt het huwelijksvermogensregime? Indien Nederlands recht van toepassing zou zijn, zijn partijen getrouwd in gemeenschap van goederen en zal al het aanwezige vermogen, waaronder ook de onderneming, bij helfte tussen partijen moeten worden gedeeld. Wanneer Iraans recht van toepassing zou zijn, is ieder eigenaar gebleven van de op zijn/haar naam staande goederen en hoeft de man de waarde van de onderneming niet met de vrouw te delen. De beslissing omtrent het toepasselijk recht is derhalve van groot belang voor de uitkomst van de zaak.

Nederland is aangesloten bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag. Dit verdrag regelt welk recht in internationale gevallen van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen. Dit verdrag bepaalt onder meer dat wanneer partijen allebei de nationaliteit krijgen van het land waar zij hun gewone verblijfplaats hebben, er een omslag plaatsvindt van het rechtsstelsel waaronder zij gehuwd zijn, naar het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit.

Ook vindt er een omslag van Iraans naar Nederlands recht plaats, wanneer partijen langer dan 10 jaar in Nederland wonen.

Beide situaties zijn in deze casus aanwezig: partijen hebben allebei de Nederlandse nationaliteit gekregen en zij wonen langer dan 10 jaar in Nederland. Op het eerste gezicht zou er dan ook een omslag van Iraans naar Nederlands recht moeten plaatsvinden. Partijen zijn na de omslag getrouwd in gemeenschap van goederen en de man zou zijn onderneming moeten delen.

Er vindt echter volgens het verdrag géén omslag naar Nederlands recht plaats wanneer partijen of een rechtskeuze hebben gedaan voor een bepaald rechtsstelsel, of wanneer zij huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. De vraag die nu voorligt is of de door partijen getekende standaard Iraanse huwelijksakte dient te worden gekwalificeerd als huwelijkse voorwaarden. Wanneer deze vraag bevestigend wordt beantwoord, zal er geen omslag plaatsvinden en is Iraans recht van toepassing gebleven op het huwelijksvermogensregime van partijen. Dat heeft als gevolg dat de man eigenaar is en blijft van de onderneming.

Het Gerechtshof Den Haag en de Rechtbank Midden Nederland hebben de vraag of de Iraanse huwelijksakte kan worden gekwalificeerd als huwelijkse voorwaarden al bevestigend beantwoord. De conclusie is dat Iraans recht van toepassing is gebleven en dat de man zijn onderneming niet hoeft te delen.

Klik hier voor de hele uitspraak.

Martine Gruiters, advocaat familierecht.

« terug | meer nieuws »