Bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties

Ingevoerd op 4 december 2014

Op 16 maart 2013 is in Nederland de wet ter implementatie van de EU richtlijn ter bestrijding van betalingsachterstanden bij handelstransacties (Richtlijn 2011/7/EU) in werking getreden. Omdat de mogelijkheid bestaat dat dit aan u is voorbij gegaan zet ik in dit artikel kort de belangrijkste wijzigingen voor u uiteen. Deze nieuwe regels gelden voor overeenkomsten die op of na 16 maart 2013 zijn gesloten tussen ondernemingen onderling of tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Voor transacties tussen ondernemingen en consumenten gelden de wijzigingen niet. De volgende wijzigingen zijn voor u wellicht interessant:

  • op het moment dat een schuldenaar wettelijke handelsrente is verschuldigd, mag de schuldeiser een minimumvergoeding van € 40,-- voor invorderingskosten in rekening brengen aan de schuldenaar. Een ingebrekestelling is niet vereist (artikel 6:96 lid 4 Burgerlijk Wetboek);

  • in het geval van overeenkomsten van ondernemingen met elkaar geldt een betalingstermijn van in beginsel maximaal 60 dagen. Daar mag niet van worden afgeweken, tenzij dat uitdrukkelijk in een overeenkomst wordt opgenomen en mits de betalingstermijn dan niet kennelijk onbillijk is (artikel 6:119a lid 5 Burgerlijk Wetboek);

  • voor overheidsinstanties geldt een maximum betalingstermijn van in beginsel 30 dagen. Daar mag niet van worden afgeweken, mits dat uitdrukkelijk in de overeenkomst wordt opgenomen en indien de bijzondere aard of eigenschappen van de overeenkomst de afwijking objectief rechtvaardigen. De betalingstermijn mag nooit langer zijn dan 60 dagen (artikel 6:119b lid 5 Burgerlijk Wetboek);

  • er geldt een maximum verificatietermijn van in beginsel 30 dagen. Dit is de termijn waarbinnen een onderneming een geleverd goed of dienst moet controleren op mogelijke gebreken en indien er gebreken aanwezig zijn daarover dient te klagen. Indien een dergelijke termijn is overeengekomen dient betaling uiterlijk plaats te vinden 30 dagen na de dag waarop de verificatietermijn is verstreken of de ontvangen prestatie is aanvaard (artikel 6:119a lid 2 sub c en artikel 6:119a lid 4 Burgerlijk Wetboek);

  • de handelsrente is met 1 procent verhoogd ten opzichte van de oude handelsrente. Op het moment van het schrijven van dit artikel bedraagt de wettelijke handelsrente 8,15 % per jaar (artikel 6:120 lid 2 Burgerlijk Wetboek).

Hiermee zijn de belangrijkste wijzigingen gegeven. Let dus bijvoorbeeld goed op als u een langere betalingstermijn dan 60 dagen overeen wenst te komen of als deze van u wordt gevraagd. Een langere betalingstermijn kan alleen uitdrukkelijk – en dus niet in algemene voorwaarden of standaardovereenkomsten – worden overeengekomen. Mocht u zaken doen met de overheid dan kan het bijvoorbeeld ook zinvol zijn om te wijzen op de maximum betalingstermijn die voor overheidsinstanties geldt van in beginsel 30 dagen.

Indien u nog vragen hebt naar aanleiding van dit artikel dan kunt u contact opnemen met mr. Marc van Osch.

« terug | meer nieuws »