Bellen op de fiets (anders dan met de fietsbel), mag dat?

Ingevoerd op 26 februari 2015

Praktisch dagelijks wordt ons voorgehouden dat achter het stuur handheld bellen( = het enkel al vasthouden van de mobiele telefoon) leidt tot gevaarlijk weggedrag en (dus) leidt tot een forse boete.

De regels voor bellen achter het stuur staan in artikel 61a van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. In genoemd artikel is bepaald dat het  in of op motorvoertuigen ( auto’s), bromfietsen, snorfietsen of gehandicaptenvoertuigen met een motor verboden is tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.

De fiets komt echter niet in genoemd artikel voor, hetgeen betekent dat het ( nog) niet verboden is om op de fiets te bellen ( en bijv. (ook) naar muziek te luisteren)

Waarom blijft de fietser nu een uitzondering positie innemen terwijl het voor overige weggebruikers als voormeld zo is dat het enkel vasthouden van de mobiele telefoon tijdens het rijden al tot de duiding “verkeersgevaarlijk gedrag “leidt.

Ook voor de fietser geldt immers dat deze op het verkeer moet letten, zodat er geen gevaarlijke situaties ontstaan. Alles wat afleidt van het verkeer kan een gevaarlijke situatie opleveren. Dit kan ook gelden als je als fietser, met een mobiele telefoon aan het oor, aan het verkeer deelneemt.

Als je uitgaat van de enkele stelling dat tijdens het rijden het handheld bellen achter het stuur al leidt tot gevaarlijk weggedrag, dan valt niet in te zien dat bellende en appende fietsers een uitzondering op die regel blijven vormen en dus ( in principe ) niet aansprakelijk te stellen zijn bij ongevallen door bellen en appen op de fiets.

In artikel 185 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt de fietser als zwakke verkeersdeelnemer beschermd. Bij een verkeersongeval tussen een fietser en een gemotoriseerd voertuig ligt de schuld per definitie bij de bestuurder van het motorrijtuig, tenzij deze zich op overmacht kan beroepen. Eerder heb ik geschreven dat eventuele fouten van de “zwakke”verkeersdeelnemer slechts van belang zijn wanneer die fouten zó onwaarschijnlijk zijn dat je bij het rijgedrag daar redelijkerwijs geen rekening mee behoeft te houden.

De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft in oktober 2014 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegezegd de mogelijkheden te onderzoeken rond het aansprakelijk stellen van fietsers bij ongevallen door bellen en appen op de fiets. Bij brief van 3 februari 2015 heeft de genoemde Minister de Tweede Kamer over het resultaat van dat onderzoek geïnformeerd.

Kort samengevat komt het er op neer dat de oude situatie blijft zoals deze nu is, waarbij de kern is dat de automobilist verplicht is om bij een verkeersongeval de schade van anderen ( niet automobilisten ) te vergoeden, behalve als het ongeval aan overmacht te wijten is.

De minister heeft toegezegd de ervaringen van het verbod op bellen op de fiets in het buitenland te inventariseren.
Daar moet de automobilist het voorlopig maar mee doen. Het verkeersrecht blijft gekenmerkt door voetangels en klemmen.

Voor advies kunt u zich wenden tot mr. Bram van Roo, advocaat.

« terug | meer nieuws »